Addertjes onder het gras

January 4, 2014 at 8:38 pm | Posted in Nederlands | Leave a comment
Tags: ,
het resultaat van twee workshops

het resultaat van twee workshops

Bij de vorige editie van een workshop voor beginners heb ik de slangendans van Aase Nilsson laten klossen. Dit keer heb ik gekozen voor strookjes gras voor de addertjes.

Het voordeel van zo’n strookje is dat je kunt laten wisselen van slag zodra ze er een onder de knie hebben. De wisselingen vallen onder de “artistieke vrijheid” van het patroon. Eventuele foutjes en verschillen in aanspannen vallen daar ook onder, er hoeft daardoor minder uitgehaald te worden.

In de kleur groen had ik toevallig nog DMC cotton Perlé nr 8 op voorraad. Dat is wat dik, als men erg hard gaat wordt snel de onderkant van het kussen bereikt wat verplaatsen betekent. Voor zover het dubbele netslag en linnenslag betrof heb ik mini-elastiekjes om de klosjes van het looppaar gedaan. Daarmee had men extra controle/inzicht over hoe de klossen zich verplaatsen.

How long does it take?

January 17, 2012 at 4:58 pm | Posted in English | Leave a comment
Tags: , ,

Snake dance with various stitches and edges

A frequently asked question with no trivial answer. First of all don’t measure inches but count pins. Thicker or thinner yarn changes the size of the project, but not the amount of work. Secondly usually we don’t care and therefore don’t know.

However, to prepare a short introduction workshop, it is convenient to know what newbies can accomplish. These snakes took me an hour each. For a christmas workshop at the office I had two sessions of an hour each. More were interested than the three man and four woman who could be scheduled.

the tail has some tricks I did myself

I made the participants of the first session wind half of the bobbins. The hitch appeared to be rather difficult and took too much time of the real lace making. So lesson number one for me was to let the second session continue with the work of the first session. Two did so well with the cloth stitch I made them do the half stitch too. Lesson number two was not to hang the pairs in a rainbow. Lesson number tree: pricking the patterns and winding half of the bobbins already made me feel a kindergarten teacher, but for such a short workshop I should rather also do the first row myself.

A few more lessons for myself. The snake dance of Aase Nilsson had a higher cute factor and lesser bobbins than Christine Springet version. But the stronger bends made it more difficult to find the proper pinholes. I also dropped the additional twists in the head. They came too early in the pattern. One of the participants also got too little attention from me, so I discovered my own limits for the number of participants I can handle simultaneously. Taking everything in account the result wasn’t bad at all and it was fun to do.

This snake had no second participant

another one to be finished during lunch hours

When my preparations were finished I stumbled on remarks about the horror of lightweight pillows: they lack stability. I made lightweight ones because I had to transport them by bus. As a last minute fix I mounted some non-skid material on the bottom. It worked very well.

Hoe lang doe je er over?

January 17, 2012 at 9:44 am | Posted in Nederlands | Leave a comment
Tags: , ,

Slangendans met verschillende slagen en randen

Een veelgestelde vraag waar geen simpel antwoord op is. Allereerst moet de snelheid niet per centimeter gerekend worden maar per speld. Dikker of dunner garen verandert wel de grootte van een werkstuk, maar niet de benodigde tijd. Ten tweede kan het ons hobbyisten doorgaans niet schelen dus weten we het vaak domweg niet.

Voor het voorbereiden van een kennismakingsworkshop is het wel handig om te weten wat onervaren deelnemers doorgaans aankunnen. Over deze slangetjes deed ik zelf ongeveer een uur per stuk. Voor een kertworkshop met collega’s had ik twee sessies van een uur. De belangstelling was groter dan de drie mannen en vier vrouwen die ingeroosterd werden.

het fenijn in de staart (minderen) heb ik zelf maar even afgewerkt

De eerste lichting moest de helft van de klossen nog een klein eindje opwinden, dat was nog lastig genoeg waardoor er wat te weinig tijd overbleef voor het klossen zelf. Les nummer één voor mijzelf was dan ook om de tweede lichting maar gewoon door te laten gaan waar de eerste lichting gebleven was. Twee gingen zo goed dat ik ze ook de netslag heb laten maken. Les nummer twee was ook om de paren niet in een regenboog te laten ophangen. Er blijft anders te lang beweging in de paren zitten. Hoewel ik me bij de voorbereiding haast een kleuterjuf voelde met alle patroontjes voorprikken en klosjes opwinden, is het voor zo’n korte workshop beter toch ook de eerste rij alvast te klossen.

Er waren nog meer lessen voor mijzelf. Ik vond de slangendans van Aase Nilsson net iets leuker dan de slang van Christine Springet, ze hadden ook minder paren. Maar de sterke kronkels maakten het lastiger om de juiste speldengaatjes te vinden waardoor e.e.a. soms scheef zit. De extra draaiingen voor de kop heb ik ook maar laten zitten om het simpel te houden. Het resultaat ziet er daardoor net niet strak uit. Ook kwam een enkele deelnemer wat aandacht te kort, ik heb dus de limiet leren kennen voor het aantal dat ik zelf aankan. Dat in aanmerking genomen valt het resultaat toch lang niet tegen.

Voor deze slang was geen tweede deelnemer

nog eentje die achterbleef voor lunchpauzes

Bij de voorbereidingen kwam ik op het laatste moment nog ergens een opmerking tegen dat lichte kussens een ramp zijn omdat ze alle kanten opvliegen. In verband met vervoer per bus had ik me daar nu juist van bediend. Ik heb er anti-slipmatjes onder gemonteerd. Dat werkte perfect.

Blog at WordPress.com.
Entries and comments feeds.